Kennismaking | Blijf op de hoogte | Contact
HOME
© 2005, Stijl.NU Webdesign
De meest gestelde vragen

Wie zijn de schepelingen van de DOULOS en de LOGOS II?
Op de LOGOS II wonen en werken zo'n 210 opvarenden; op de DOULOS 320. De gemiddelde leeftijd ligt rond de 23 jaar. Het zijn meestal niet-gehuwde jongeren die graag handen en voeten aan hun geloof willen geven. Natuurlijk zijn er ook gezinnen en oudere mensen aan boord. Mensen met ervaring en speciale papieren zijn broodnodig en goed gewaardeerde krachten. Ook zorgen ouderen voor een gezond stukje tegenwicht in de overwegend jonge groep, afkomstig uit zo'n 40 verschillende landen. Ze komen ook uit allerlei verschillende kerken. Wat betreft de 25 Nederlanders die jaarlijks naar de schepen gaan, kan gezegd worden dat 40% van reformatorische komaf is en 60% uit evangelische kringen komt.
Van kapitein tot dekknecht, van onderwijzer tot de werkers in de spoelkeuken; allemaal zijn ze vrijwilligers en worden door vrienden en gemeenten thuis financieel ondersteund. De baas aan boord is de kapitein. Samen met de technische staf van scheepsofficieren is hij verantwoordelijk voor het praktische reilen en zeilen aan boord. Verder is er een directeur aan boord die de verantwoording draagt voor de bediening, de inhoudelijke kant van het schepenwerk. Samen met 'managers' voor evangelisatie, personeel, training, boekenmarkt, catering en line-up zorgt hij ervoor dat programma's en activiteiten soepel verlopen.internationale bemanning afkomstig uit 40 landen

Wat doe je zoal als bemanningslid?
De schepen worden vaak getypeerd als drijvende dorpen. Aan boord bevinden zich diverse conferentiezalen, een kliniek, een bank, een schooltje, een koffie-lounge,  een grote boekenmarkt en vele hutten. Op al deze plaatsen zijn werkers nodig. De meeste mensen worden ingezet voor de programma's, de catering, het dek en de machinekamer. Het is meestal zo dat iedereen in een van de genoemde afdelingen circa 45 uur per week werkzaam is. Daarnaast volg je het GLOBAL ACTION studieprogramma waar je 2 tot 4 uur per week mee zoet bent. Verder ben je betrokken bij programma's aan boord of aan de wal. Na verloop van tijd zijn er mogelijkheden om van job te veranderen.
De belangrijkste doelstellingen van de schepen zijn: evangelisatie, training, mobilisatie van plaatselijke christenen, lektuurverspreiding en hulpverlening. Alles wat je doet staat ten dienste van die doelstelling.

Voor hoelang komen deze bemanningsleden?
Op een enkele uitzondering na, komen schepelingen voor twee jaar aan boord. Gedurende die tijd doorloop je het studieprogramma van GLOBAL ACTION. De uitzonderingsgevallen zijn veelal vaklui die gedurende een paar maanden voor een bepaald project aan boord komen. Ze zijn wel betrokken bij alles wat aan boord gebeurt, maar komen in eerste instantie voor het werk.
Tot de uitzonderingen behoren ook diegenen die stage lopen. Voor jongeren die in het kader van een nautische opleiding stage moeten lopen, bieden de schepen af en toe plaats.

Werken op de boekenmarkt is een van de jobsHoe ziet een dag er ongeveer uit?

Je dag begint om 7.00 uur met ontbijt. Daarna volgt tot 8.30 uur een dagopening van driekwartier, waarna iedereen zich in zijn of haar werkkleren hijst en zich meldt op zijn/haar afdeling. Tussendoor heb je schaft en lunch. Het avondeten is om 18.00 uur. Elke week werk je ongeveer 45 uur. Daarnaast doe je mee aan het GLOBAL ACTION studieprogramma waar je 2 tot 4 uur per week zoet mee bent en doe je mee aan conferentie- en evangelisatieprogramma's.


Mag je kiezen wat voor werk je gaat doen?

In overleg met de leiding van het schip word je ingedeeld. Gezamenlijk kunnen zij het beste bepalen waar de mensen nodig zijn om het schip soepel te laten draaien. Het kan zijn dat je job aan boord niet echt overeenstemt met je vooropleiding of werkervaring. Heb geduld als dit je frustreert. De ervaring leert dat een deelnemer met bepaalde kwaliteiten, na verloop van tijd, echt wel op zijn of haar plaats terecht komt. Het is gebruikelijk dat de scheepsleiding wat tijd neemt om te zien wat voor vlees men in de kuip heeft.


Mag ik zelf bepalen met wie ik in de hut kom?

Door het hoofd van de 'Steward department' krijg je een twee- of vierpersoons hut toegewezen. Hierbij komt het zelden voor dat je met iemand van je eigen nationaliteit de hut deelt. Het heeft ook te maken met waar je werkt. Zo liggen de jongens die aan dek of in de machinekamer werken in dezelfde sectie van het schip. Als zich 's nachts calamiteiten voordoen, wordt deze sectie het eerst gealarmeerd.

 

Wanneer is het schip in Nederland en kan ik opstappen?

Eens in de 4 tot 5 jaar komt de DOULOS of de LOGOS II in Nederland. De 30 tot 40 Nederlanders die jaarlijks vanuit Nederland meegaan, vliegen meestal naar het schip toe. De schepen liggen voornamelijk in havens van landen waar geen of nauwelijks toegang is tot educatieve en christelijke lektuur. Elke twee tot drie weken zoeken de schepen weer een nieuwe bestemming op.


Wie overziet het werk van de schepen?

Het werk van beide schepen wordt gecoördineerd door een professioneel team vanuit Mosbach in Duitsland. Hier bepaalt men het vaarschema, verzorgt men de aanvoer van proviand en boeken en houdt men het overzicht van financiën en personeel. Doordat de schepen eigenlijk voortdurend onderweg zijn is dit een complexe bezigheid. Ook de post van thuis naar het schip gaat via het schepenkantoor in Mosbach. Eén keer in de twee tot drie weken gaat een luchtvrachtzending naar de haven waar het schip op dat moment ligt.


Wat doe je tijdens het varen? Is iedereen dan ook zeeziek?

Het doel van het schip is niet varen, maar om ergens te zijn. Daarom vaart het schip gemiddeld maar 5 dagen per maand. Of het schip wel of niet vaart, elke dag worden de werkzaamheden voortgezet. Juist als het schip onderweg is naar een volgende haven is het belangrijk om de boel weer wat schoon te maken, boeken te prijzen of wat bij te schilderen.
Zeeziek is iedereen wel eens en daarom houdt het merendeel van bemanning zich tijdens het varen een beetje gedeisd. Na verloop van tijd raken de nieuwe schepelingen er steeds beter tegen bestand.


Doet iedereen mee aan evangelisatie en hoe gaat dat in zijn werk?

Naast het werk doet iedereen mee aan evangelisatie. Afhankelijk van je werkschema ben je hierin op verplichte basis (kerkteam, A-team) of op vrijwillige basis actief. Ook kun je deel uit maken van het permanente evangelisatieteam. Zij hebben er een dagtaak aan om de activiteiten aan de wal of aan boord te coördineren. Ze hebben contact met plaatselijke gelovigen, begeleiden schepelingen en zorgen ervoor dat de actie goed verloopt en nazorg wordt gegeven.
Aan boord is ook een conferentieteam dat programma's organiseert. In zo'n conferentie zit vaak een evangelisatieboodschap verpakt.


Hoe houd je contact met thuis?

Je wordt aangemoedigd om veel te schrijven en contact te houden met degenen die jou in staat stellen op het schip te zijn. Je hoeft voor een gewone brief tot 20 gram niet zelf de postzegels te kopen, die krijg je via de postkamer aan boord. Tegen betaling kun je ook een fax versturen. Het handigst en goedkoopst is e-mail. Aan boord zijn een paar computers die de bemanning kan gebruiken om de elektronische post te versturen.


Waar vaar ik allemaal heen en kan ik daar nog wat van het land zien?

De vaarschema's zijn zo'n zes maanden van te voren bekend. De DOULOS is vooral te vinden op het oostelijk halfrond en de LOGOS II op het westelijk halfrond. De vaarschema's zijn op te vragen bij het Nederlandse OM-kantoor (www.mvlogos2.org en www.mvdoulos.org). Soms moet door onvoorziene omstandigheden een vaarschema veranderd worden. Net als overal hebben ook de bemanningsleden van de OM-schepen vrije tijd en kunnen ze de wal op om  het land te verkennen.


Kan ik alleen maar voor twee jaar komen?

Ja, ten eerste omdat het studieprogramma erop is afgestemd en ten tweede om de continuïteit van het reilen en zeilen aan boord te waarborgen. Gedurende de periode dat het schip in droogdok ligt en er reparaties en onderhoud  plaatsvinden, hebben de schepen vakmensen nodig. Voor dergelijke projecten zijn lassers, loodgieters, timmerlieden of handige klusjesmannen voor kortere tijd welkom.

Hoe word ik bemanningslid?
Als de informatie je wat lijkt, zijn de stappen in het proces van 'kerkbank tot zendingsveld' de volgende:

  • INFORMATIE ONTVANGEN: Je hebt interesse om mee te doen, maar er zijn nog veel vragen.
  • ORIëNTATIEGESPREK: Je maakt een afspraak met OM voor een gesprek in Emmeloord.
  • AANMELDING: Na een gesprek met je gemeenteleiding besluit je je aan te melden.
  • BEVESTIGING AANNAME: Als de informatie uit de aanmeldingsprocedure tot een postieve conclusie leidt en de DOULOS of LOGOS II het groene licht geeft, krijg je van OM bericht dat je bent aangenomen.
  • JE VOORBEREIDINGEN GAAN VAN START: Je ontvangt de instructiemap 'In de startblokken'. Je stelt een Thuisfrontcomité (TFC) samen. Samen met je TFC werf je een vriendenkring. Je organiseert een presentatie i.s.m. OM en je TFC. Je maakt een werkstuk over de komende stap. Je neemt deel aan een korte actie van OM.
  • UITZEGENDIENST: Je gemeente zendt je uit.
    DEELNAME AAN STARTCONFERENTIE: Gedurende 10 dagen in september of januari.
  • VERTREK NAAR SCHIP: Gelijk na afloop van de conferentie.
    Pre Ship Training: Voordat je aan boord gaat, ontvang je 2-3 weken training.

Het totale proces neemt ongeveer 3 maanden in beslag.


Hoe komt Operatie Mobilisatie  aan het geld?
OM is voor de financiële ondersteuning van God afhankelijk. Gods trouw komt tot uiting door Zijn volgelingen die op hun beurt door een gemeente en een vriendenkring ondersteund worden. Bijna 75% van alle uitgaven die OM doet, wordt betaald uit de persoonlijke support die de werkers bijeen brengen. Dit vormt een solide basis als je bedenkt dat OM met meer dan 4000 volwassenen in 104 landen actief is. Zo'n 10% van de benodigde middelen voor de schepen komt uit Nederland.
Iemand die met een OM-schip meegaat, heeft een bepaald bedrag per maand nodig voor eigen onderhoud. De hoogte van dit bedrag wordt per geval bekeken i.v.m. de premie's van de verzekeringen.
Het overige geld komt uit fonds- en projectgiften.  Ook de winst gemaakt op boekverkoop is een belangrijke bron van inkomsten.

Hoe wordt het ontvangen geld door OM-Schepen besteed?
OM-werkers willen er een eenvoudige levensstandaard op na houden. Hierdoor kunnen we financiële middelen optimaal aanwenden. Het support wordt als volgt besteed:

  • Verzekeringen 15%: Dit betreft verzekeringen aangaande: ziektekosten, arbeidsongeschiktheid, AOW, reisverzekering en WA.
  • Administratie 9%: Dit omvat communicatie (advertenties, voorlichting, promotie), hoofdkantoor (telefoon, post, kantoor) en boekhouding.
  • Personeel 36%: Dit omvat zakgeld, reiskosten, verlofgeld, medische voorzieningen, studiemateriaal, voeding, accommodatie, training en bibliotheek.
  • Bediening 12%: Hieronder verstaan we: line-up, gratis lectuur en evangelisatieteams.
  • Schip 28%: Dit omvat: dekmaterieel, benodigdheden voor de machinekamer, havengeld, verzekering, onderzoek, projecten en brandstof.


Waarom zou iemand voor financiële ondersteuning van anderen afhankelijk moeten zijn?

  1. Je concentreren op zendings- en evangelisatiewerk is moeilijk te combineren met een andere baan om in je onderhoud te voorzien. Belangenverstrengeling ligt om de hoek met als gevolg dat er prioriteitskeuzes moeten worden gemaakt. Grote kans dat het werk wint om aan de eisen van een werkgever/inkomen te kunnen blijven voldoen.
  2. Een ambtenaar in rijks-, provincie-, of gemeentedienst wordt betaald uit een pot die door alle Nederlanders wordt gevuld. De meesten betalen deze belasting met tegenzin, maar men moet wel, het is een plicht. Er zijn weinig mensen die de het de ambtenaar kwalijk nemen dat ze van zijn/haar geld leven of de ambtenaar adviseert om 'een gewone baan waar je je eigen geld mee verdient' te gaan zoeken. 
  3. Evangelisatie/zendingswerk is geen commerciële activiteit. Het is de belangrijkste taak van de gemeente waar iedere gelovige bij betrokken is door middel van bidden, geven of gaan. Sommigen worden door de Heilige Geest apart gezet om full-time werk te kunnen uitvoeren.
  4. Het niet willen vragen om geld of het niet willen leven van giften kan voortkomen uit een trotse houding en is met name een Westers taboe. De toenemende individualisering heeft er toe geleid dat het 'ieder voor zich' is. Om afhankelijk van anderen te zijn is in wezen hetzelfde als je (seculiere) cultuur verloochenen. In de Oostere wereld is het veel gebruikelijker dat familieleden elkaar in stand houden. Daar is het eerder een plicht die men van nature na wil komen dan een last.
  5. Er zijn christenen die door God zijn geroepen om  financieel bij te dragen aan het werk dat anderen mogen doen. Ook dat dient te worden gerespecteerd.
    Let wel: mensen geven graag, of helemaal niet. Dat 'graag geven' is het werk van de Heilige Geest in het leven van de gever.

Waarom zending per schip? - De geschiedenisNederlanders aan het woord - De meest gestelde vragen - 11 redenen om je aan te melden bij Gods Marine - Wat anderen over de schepen zeggen - Meegaan!

NIEUW: filmpjes en presentaties van de schepen. Klik hier!